Het is vrijdag 1 april als ik het vliegtuig in stap naar Berlijn, dit wordt mijn eerste grote internationale wegwedstrijd en dat maakt me toch wel wat nerveuzer als normaal. Eenmaal bij het hotel aangekomen kijk ik mijn ogen uit, en bij het melden bij de organisatie krijg ik gelijk alle info mee voor de wedstrijd en worden de vragen die ik allemaal heb gelijk beantwoord. Niks om me zorgen over te maken, alles is geregeld en het enige wat ik hoef te doen is onder de 1:03:40 lopen…

Als je mij vooraf vroeg wat ik dacht te gaan lopen? 1:03 laag of misschien zelfs 1:02 hoog. Is dat misschien jeugdig optimisme? Ik denk het niet, zeker als je de trainingen zag die ik afwerkte, alles ging zoveel harder en makkelijker als in de vorige jaren! Mijn trainer is altijd wat voorzichtiger maar hij zei het ook, het moet wel gek lopen wil het niet lukken. Maar een wedstrijd is heel iets anders als een training.

De groep was groot, zelfs voor een wedstrijd van dit niveau. Een man of 10 met allemaal hetzelfde doel: het EK atletiek in Amsterdam. Het parcours loopt in een rechthoek, wind mee in het begin en wind tegen in de tweede helft. Andersom was het zeker perfect want dan heb je nog een groepje, maar die jongens wilde toch allemaal het limiet lopen en hadden vaak ook snellere pr’s dus dat zou wel goedkomen. Na 12km waren er echter nog maar 2 anderen over, en op 13 viel er nog één af en de andere versnelde hard door. De wind was toch wel straffer als verwacht maar de kilometers bleven nog goed. Op 17km was ik behoorlijk uitgeput door de wind en kwam er een kilometer van 3:04 ipv 3:01. Kom op Bart, het kan nog! weer 3:04, het kan nog steeds… En ook de 2 kilometer daarop gingen in 3:04, ik zag het limiet zo uit mijn handen glippen, maar opgeven is geen optie. De laatste 1,1 kilometers gingen precies in het goede tempo, maar daar maak je die secondes die erbij waren gekomen niet mee goed.

Eenmaal over de finish weet ik niet hoe ik overkwam, maar ik was er helemaal klaar mee. Ik ging wel uitlopen maar dan voor de verandering omdat het moest. Toen ik terugkwam in het hotel zag ik de uitslagen, 7e in totaal en 2e europeaan en tegenvallende tijden bij iedereen. Eigenlijk had ik het heel goed gedaan, maar wat koop je daarvoor?

Net goed, dat is het. Ik weet hoe sterk ik was in de trainingen en dat is zeker niet weg. Een halve marathon maakt me altijd veel sterker, zowel fysiek als mentaal. Mijn mentale toestand nu? Tot op het bot getergd om het limiet op de 10km te pakken!!!
Lange afstanden zijn zo mooi omdat je maar door moet blijven gaan, ook al zit je er nog zo doorheen. Doorgaan tot je er bij neervalt en vechten voor wat je waard bent. En als je er van overtuigd bent dat je iets kan, dan is er een hoop mogelijk.

Imagination is its own form of courage
2934941_orig