Als atleet heb je slechts 1 of 2 momenten in het jaar dat je er echt moet staan, de rest is eigenlijk slechts bijzaak. Om alles er op dat moment ook echt uit te laten komen is niet altijd even makkelijk, maar als het dan wel lukt is de voldoening des te groter.

Ik heb het geluk gehad al 4 keer eerder te mogen deelnemen aan een groot internationaal toernooi waardoor alles toch niet helemaal nieuw meer was. Wel was dit de eerste keer dat ik niet bij de junioren liep maar in de U23 categorie en als 19 jarige voel je je dan nog wel een beetje een ”klein jochie”.

De eerste 2 internationale toernooien die ik mee mocht maken waren het EJK in Riëti en het EK cross in Belgrado. Bij deze toernooien wist ik nog niet echt wat ik kon verwachten maar dat zorgde er wel weer voor dat ik er heel onbevangen in ging waardoor het ook relatief goed ging. Daarna was het eigenlijk beide keren niet wat ik wilde: Bij het WJK in Eugene was ik al over mijn piek heen en bij het EK cross in Samokov mistte ik gewoon trainingsarbeid en rust door mijn studie.

Nu zat alles weer goed, dat wist ik, maar het moet er wel uitkomen. Meer dan ooit had ik de wil om te presteren, beter dan ooit waren de benen, maar ook erger dan ooit waren de zenuwen aanwezig. Was dat nou nodig, die zenuwen?! Nee, tuurlijk niet. Een beetje zenuwen zijn altijd goed, anders doet het je niet genoeg. Maar waar ik de laatste maanden zo lekker relaxed kon zijn voor een wedstrijd en goed wist te relativeren mistte ik dat nu toch een beetje. En misschien dat ik me ook wel een beetje liet afschrikken toen ik al die oudere jongens in de callroom zag…

Maar goed, we gingen de baan op en na 3 dagen in het hotel zo min mogelijk te hebben uitgevoerd voelde alles toch wel heel erg soepel! Veel publiek, een groot stadion en Nederlanders die mijn naam riepen vanaf de tribune… Je begrijpt wel dat als je dan ook nog goede benen hebt, dat er dan wel een enorme kick vrijkomt!

De start, altijd een gevreesd moment in de wedstrijd voor mij, was goed. Niet te hard weg, heel rustig naar voren schuiven en na de eerste km bij de eerste 8-10, dat was het plan en zo ging het ook. Het tempo wisselde per ronde (voor de mensen die van cijfertjes houden, zie bestand onder aan de pagina), wat de race een stuk zwaarder maakt als wanneer je gewoon een constant tempo kan draaien. Gaten vielen regelmatig en telkens doemde weer dezelfde vraag op: ”Is het wel verstandig om mee te gaan?” Antwoord: ”Als je niet meegaat zul je ook nooit weten of het nou wel of niet verstandig was.” Dus we gingen maar mee, gewoon proberen. Alleen één keer, één enkele keer, probeerde ik het niet… In de laatste 4 rondes liep ik op positie 4 met een Rus achter me en een Israëlier voor me. De Israëlier had een pr staan van 28:33, niet de eerste de beste dus! Maar de Rus, die achter me aan het hijgen was alsof hij elk moment neer kon vallen, die ontsnapte. Bluf, dacht ik, en anders pakt die Israëlier hem wel. Maar nee, de Israëlier zat stuk en het gat tussen ons en de Rus werd steeds groter. Ik nam over en probeerde het gat nog te dichten maar het was al te laat. Als 4e kwam ik over de streep met een nieuw pr van 28:59:90. In zo’n race een pr lopen en op zo’n manier, dat is gewoon fantastisch! Maar die 4e plek voelde toch wel heel erg zuur in het begin… Nu ben ik natuurlijk gewoon supertevreden met mijn prestatie maar toch blijft er die vraag hangen: ”Wat nou als ik wel mee was gegaan?” Bij het WJK verloor ik ook iemand op min of meer dezelfde manier uit het oog en, ook al had ik hem wellicht niet verslagen, ik had het moeten proberen.

Over 2 jaar weer een kans in dezelfde categorie, ik kijk er nu al naar uit!

(Onder video’s is de race terug te kijken)